Werken op vakantie, een slechte keuze
Steeds meer mensen hebben het moeilijk om tijdens hun vakantie hun werk los te laten. Volgens een enquête van Jobat zijn vier op tien werknemers nog met hun werk bezig tijdens hun vrije dagen: 57 procent reflecteert over de voorbije periode, 62 procent overdenkt lopende projecten, 43 procent maakt nieuwe plannen voor het werk en 46 procent leest en beantwoordt zelfs e-mails. Precies de helft blijft telefonisch bereikbaar, een kwart leest vakliteratuur. Een op acht is altijd stand-by.
Het werk meenemen op vakantie is volgens arbeidspsycholoog Hans De Witte (K.U.Leuven) een ongezonde attitude die zelfs gevaarlijk is. “Na de inspanning moet ontspanning volgen, daar heb je gewoon nood aan. Je moet de knop even kunnen omdraaien om daarna weer relaxed en met frisse ideeën naar het werk terug te keren.”
Van alle respondenten die voltijds aan de slag zijn, heeft de helft minstens dertig dagen verlof. Vier op tien werknemers willen echter graag nog meer vakantiedagen, liever zelfs dan extra loon. Vrouwen kiezen vaker voor extra vrije tijd, mannen voor extra geld.

Start People en Jark Recruitment gaan samenwerken
Start People heeft een samenwerkingscontract afgesloten met Jark Recruitment om zijn Europese klantenbenadering te versterken. Klanten sluiten steeds vaker contracten op Europees niveau, waaronder ook Groot-Brittannië. Veel klanten hebben immers hun hoofdkantoor in Engeland. Het voorbije jaar hebben Start People en Jark Recruitment samen al een groot aantal Europese tenderprojecten binnen de industriële en logistieke sector doorlopen. Deze samenwerking wordt nu bekrachtigd.
“De uitzendmarkt in Groot-Brittannië kenmerkt zich door een grote fragmentatie, hevige concurrentie en relatief lage marges. Start People heeft daarom gekozen voor een strategische alliantie. De samenwerking met Jark Recruitment biedt de mogelijkheid tot commerciële synergie omdat we allebei een sterke positie hebben in de industriële en logistieke sector. Bovendien passen de aangeboden diensten en de bedrijfsculturen goed bij elkaar”, aldus Ron Icke, ceo van USG People.
Extra jobs voor begeleiding van kansarme leerlingen
Minister van Werk Frank Vandenbroucke heeft het totale budget voor gelijke onderwijskansen (GOK) in het basis- en secundair onderwijs fors opgetrokken: van 83,1 miljoen euro dit schooljaar naar 101 miljoen euro volgende schooljaar. Dit stemt overeen met 200 extra voltijdse jobs in het basisonderwijs en 280 extra voltijdse jobs in het secundair onderwijs.
Sinds het decreet over Gelijke Onderwijskansen uit 2003 krijgen scholen met relatief veel kansarme leerlingen extra begeleiding. Het gaat om leerlingen die bijvoorbeeld minder kansen hebben omwille van hun financiële thuissituatie of anderstaligheid. GOK-uren zijn geen zorguren. Zorguren zijn voor leerlingen in het basisonderwijs die extra aandacht vragen omwille van ontwikkelings- en leerachterstand of sociaal-economische problemen. Het budget voor deze zorguren stijgt volgend jaar van 29 naar 60 miljoen euro.
Scholen kunnen de GOK-uren op verschillende manieren inzetten. Ze kunnen kansarme leerlingen enkele uren apart begeleiden. Een GOK-leraar kan zijn collega’s ook advies geven over hoe een les of een leerling best aan te pakken. Of de GOK-leraar en de vaste leraar begeleiden samen een klasgroep of elk een deel van de klas zodat ze meer aandacht kunnen geven aan de individuele leerlingen.
Nieuw is ook dat de indicatoren om het aantal GOK-uren te bepalen in een school in de tweede en derde graad secundair onderwijs voortaan dezelfde zijn als die van het basisonderwijs en de eerste graad secundair onderwijs.
Geen geheimen meer!
Vertelt u niet alles aan uw baas? Geen probleem, hij weet toch al alles want hij leest uw e-mails en controleert uw surfgedrag op het werk. Dat is alleszins wat het merendeel van de Belgen denkt of zelfs zeker weet, aldus een enquête van StepStone bij ruim 1000 bezoekers van de rekruteringswebsite.
Een kwart van de respondenten zegt dat in zijn bedrijf algemeen geweten is dat mails en het surfverkeer gecontroleerd worden. Een derde heeft hiervan een vermoeden maar is niet zeker. Slechts 14 procent voelt zich veilig en is ervan overtuigd dat er op het werk geen controle is. Dat aandeel is niet veranderd op twee jaar tijd.
Laat maar komen die grapjes, dan heeft uw baas ook eens iets om te lachen!
Vlaamse werkzaamheidsgraad 1 stapje dichter bij Lissabondoelstelling
Vlaanderen wist het voorbije jaar zijn werkzaamheidsgraad met een procentpunt op te trekken tot 66 procent. De Vlaamse werkzaamheidsgraad bevindt zich al jaren in het midden van de Europese rangschikking. De kopposities werden in 2007 ingenomen door de Scandinavische landen Denemarken, Zweden en Finland, samen met Nederland, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk en Cyprus. Al deze landen bevinden zich boven de Lissabondoelstelling van 70 procent.
Vlaanderen zit net boven het Europese gemiddelde van 65,4 procent. België zakt eronder met 62 procent. Dat is te wijten aan de prestaties van het Waalse Gewest (57 procent) en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest (54,8 procent).
De werkzaamheidsgraad groeide in Vlaanderen tussen 2000 (het jaar van de Lissabontop) en 2007 jaarlijks met gemiddeld 0,4 procentpunten. Het Europees gemiddelde ligt net iets hoger met 0,5 procentpunten. Het Waalse Gewest moest echter een kleinere groei van 0,2 procentpunt gemiddeld neerschrijven. In het Brusselse Gewest ging het zelfs om een status quo.
Vergelijkt men Vlaanderen met landen met een werkzaamheidsgraad van ongeveer hetzelfde niveau, dan is de groei hier beperkt. Enkel Portugal, Tsjechië en Luxemburg kenden een kleinere groei. Estland, Letland, Litouwen, Ierland en Spanje gingen sterk vooruit.
Meer info: Arbeidsmarktflits van Steunpunt WSE
Geen flexibele werkgever? Dan maar andere baan!
17 procent van de Europese bedrijven biedt alle medewerkers de mogelijkheid om dagelijks flexibel te werken. 94 procent van de Europeanen wil flexibel werken. De kloof tussen verlangen en werkelijkheid is enorm. Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van Avayan, een aanbieder van oplossingen voor “intelligent communications”. Een op drie respondenten zou zeker van job wisselen als hij geen toegang heeft tot flexibele werkomstandigheden in de huidige baan. De helft overweegt deze stap.
Keerzijde van de gevraagde flexibiliteit is dat ruim driekwart van de werknemers bereid is om na zijn pensioenleeftijd verder te werken als hun werkgever hiervoor flexibele opties zou bieden. “De digitale barrière lag vroeger tussen degenen die wel, en degenen die geen toegang hadden tot technologie”, zegt Alain Huys, managing director Belux van Avaya. “Dit onderzoeksrapport laat een nieuwe scheiding zien. En wel tussen de bedrijven die echt profiteren van medewerkersproductiviteit en -efficiëntie alsmede het behoud van de beste medewerkers, en de bedrijven die zichzelf in gevaar brengen door hun medewerkers niet de gevraagde technologie te bieden, die flexibel werken ondersteunt.”
De studie geeft nog enkele resultaten. Zo denkt een op drie senior managers dat flexibele werkomstandigheden en de daarbij horende technologie bedrijven op wereldwijd niveau beter laten presteren. Kmo’s blijken minder flexibel dan grotere bedrijven. 44 procent van de respondenten vindt dat bedrijven die niet flexibel werken, achterlopen. En een op drie deelnemers aan het onderzoek die werken voor een bedrijf dat niet flexibel werkt, denkt dat de werkgever de technologie wel in huis heeft maar ervoor kiest deze niet te gebruiken.
Groeibedrijven zorgen voor een derde van de nieuwe banen
De groeibedrijven in dit land zorgen voor een derde van de nieuwe banen. De komende twee jaar verwachten ze een globale aangroei in tewerkstelling in hun bedrijf van 25 procent. Grote vraag is hoe ze die vacatures gaan invullen. Dat zegt professor Hans Crijns van Vlerick Leuven Gent Management School naar aanleiding van het jaarlijkse IGMO-groeionderzoek. Het Impulscentrum Groeimanagement voor Middelgrote Ondernemingen (IGMO) is een kenniscentrum aan de Vlerick Leuven Gent Management School dat fungeert als platform voor kennisontwikkeling, kennisverspreiding en netwerking voor ondernemers.
Volgens het onderzoek vragen meer dan zes op tien bedrijfsleiders om een flexibelere arbeidsmarkt. 72 procent van de groeiende bedrijven beschouwt immers het tekort aan personeel op onze arbeidsmarkt als de grootste rem op de verdere ontwikkeling. Volgens Crijns is het voor zowat elke functie binnen het bedrijf moeilijk geworden om goede kandidaten te vinden.
Ander opvallend resultaat uit het onderzoek is dat driekwart van de groeiers zichzelf beschouwt als een familiebedrijf, maar dat ruim de helft geen opvolging binnen de familie ziet. 20 procent heeft nog geen idee. De helft van de groeiers zijn productiebedrijven. De groei gebeurt vooral in omzet, niet in winst.
Belgen langer met hobby dan met werk bezig
Belgen spenderen meer tijd aan hun hobby’s dan aan hun werk. Wie tussen 19 en 65 jaar oud is, werkt gemiddeld nog geen 20 uur per week, terwijl zijn vrijetijdsbesteding 26 uur in beslag neemt. Veertig jaar geleden waren de gemiddelden nog 30 uur werk en 20 uur hobby.
Uit een recent onderzoek blijkt dat we gemiddeld 38 uur en 55 minuten bezig zijn met betaalde arbeid, huishoudelijk werk en kinderzorgen. Dat eten, slapen en persoonlijke verzorging eens zoveel tijd in beslag neemt, laten we buiten beschouwing. Maar opmerkelijk is dat vrijetijdsbezigheden en sociale contacten samen goed zijn voor 39 uur en 42 minuten. Verder is het zo dat de verplaatsingen die de gemiddelde Belg maakt voor 4 uur per week in het teken van ontspanning staan, terwijl hij maar 2 uur per week onderweg is van en naar het werk. VUB-professor Ignace Glorieux besluit uit de onderzoeksresultaten dat we “een echte vrijetijdsmaatschappij” zijn geworden.
Weinig studenten hebben vakantiewerk naar studies
Amper een op vijf jobstudenten heeft een baan in het verlengde van zijn studies. Driekwart wil hiervoor wel kiezen indien dit mogelijk zou zijn. Hoewel velen uiteindelijk toch meer belang hechten aan het loon dan aan de jobinhoud. Dat is wat Randstad haalt uit zijn jaarlijks studentenonderzoek. De verschillende voorstellen over een hervorming van de regelgeving voor studentenarbeid konden op verschillende reacties rekenen. 62 procent van de bevraagde studenten is voorstander van een regeling waarbij ze ook buiten de zomermaanden aan voordelige voorwaarden aan de slag kunnen. 36 procent is voorstander van het krediet van 400 uur dat ze over alle periodes heen zouden kunnen aanwenden om te werken aan voordelige tarieven. 26 procent is voorstander van het huidige systeem van twee keer 23 dagen dat sinds oktober 2005 geldt. Tot slot kiest 38 procent voor een regeling waarbij ze tijdens de zomermaanden onbeperkt aan de slag kunnen en tijdens het schooljaar geen specifieke voordelen genieten.
|