Marc Huygelen personeelsdirecteur bij Audi Brussel
Marc Huygelen is aan de slag als personeelsdirecteur van de productievestiging van Audi in Vorst. Hij wordt er verantwoordelijk voor het operationele HR-beleid en de sociale relaties voor de 2200 medewerkers. “De uitdaging van de functie ligt in de verdere integratie van de vestiging in de Audi-structuur. Daarnaast moet alles in gereedheid gebracht worden om de site klaar te maken voor de exclusieve productie van het nieuwe Audi A1-model vanaf 2010.”
Marc Huygelen is licentiaat Rechten en behaalde een MBA-diploma. Hij begon zijn carričre bij BP in Nederland. Later oefende hij HR-managementfuncties uit op nationaal en internationaal vlak bij, onder andere, Master Foods, Toyota Motor Europe en Cummins.
Bij Audi Brussel volgt hij Jean-Marie Verleysen op die de organisatie verlaat.
Versterking voor Kronos
Annelies Lefever en Kristof Cloet zijn aan de slag als business consultant bij Kronos. Ze worden er verantwoordelijk voor de implementatie van projecten en de ondersteuning van de organisatie bij productvragen. Annelies Lefever werkte tot voor kort bij Affiliated Computer Services in Barcelona waar ze drie jaar meewerkte aan een HR-outsourcingproject. Nadien werd ze er verantwoordelijk voor de personeelsadministratie in België en Oostenrijk en verzorgde ze de trainingadministratie voor heel Europa. Ze startte haar carričre bij het marktonderzoeksbureau Dimarso en het communicatiebureau Qsc-communication. Annelies Lefever heeft een master in Arbeids- en Organisatiepsychologie en een master in Multilingual Business Communication.
Kristof Cloet is gegradueerde Informatica en is ervaren in loonadministratiesystemen en het leiden van implementatieprojecten. Hij werkte jarenlang bij Easypay, een softwareontwikkelaar voor de berekening van lonen. De voorbije zeven jaar werkte hij, in opdracht van Easypay, als projectcoördinator bij de VDAB.
Pieter Lichtert junior-partner bij Van Kelst & Co
Pieter Lichtert werd junior-partner/vennoot bij het training- en consultingbureau Van Kelst & Co. Hij werkt er al een tweetal jaar als coach-trainer en wordt nu verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een aantal trainingen, de verdere uitwerking van klantenrelaties en het systematiseren en structureren van de interne kennisoverdracht.
Lichtert is licentiaat Pedegogiek, behaalde een master in General Management en werkte onder andere nog in een sales- en marketingjob in een multinational en met interactieve trainingsmethoden rond creativiteit en vrije expressie.
Isabelle Leleux naar Duval Guillaume
Isabelle Leleux staat aan het hoofd van de afdeling HR Communication bij Duval Guillaume. Ze werkt al vier jaar bij het communicatiebureau als account director. Leleux is licentiaat Communicatiewetenschappen en startte haar professionele loopbaan in 1998 bij Proximus als HR marketing coördinator. In 2001 maakte ze de overstap naar Beluga Communications waar ze werkte rond employer branding en interne communicatieprojecten.
In september daalde de activiteit in de uitzendsector met liefst 3,21 procent tegenover de maand augustus. Zowel in het bediende- als in het arbeiderssegment ging het aantal gepresteerde uren erop achteruit met respectievelijk 2,79 en 3,50 procent. In vergelijking met een jaar geleden gaat het om een terugval van 8,38 procent. Een terugval die volledig te wijten is aan een daling van de activiteiten in het arbeiderssegment met 12,89 procent. Het bediendesegment kende een beperkte afname van 0,39 procent.
September goede maand voor werkloosheid
In september daalde het aantal werkzoekende werklozen met een uitkering van de RVA met 11.406 werklozen. Tegenover een jaar geleden gaat het om een daling van ruim 33.000 mensen. Hiermee komt het aantal werkzoekende werklozen op 408.548, waarvan ongeveer evenveel mannen als vrouwen. Vooral de afname in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is opmerkelijk. Het aantal zakte er met 3524 werkzoekenden tot 69.390. Op jaarbasis kromp de groep met 4959 mensen. Het Vlaams Gewest telt 141.789 werklozen (4321 minder dan in augustus), het Waals Gewest 197.369 (3561 minder dan een maand geleden).
De groep jonge werkzoekenden steeg in september met netto 251 min-25-jarigen tot 62.670. De langdurig werklozen slankten hun rangen op een maand tijd af met netto 2006 mensen tot 204.150 werklozen die al twee jaar of langer vergoed worden door de RVA.
Nederlandse uitzendgroep Luba in handen van t-groep
t-groep heeft 100 procent van de aandelen van de Nederlandse uitzendgroep Luba overgenomen. Luba telt 320 medewerkers in zestig kantoren in Nederland. Daarnaast heeft Luba drie kantoren in Polen en twee in België (Turnhout en Merksem, actief onder de naam Exact Interim). De overname van Luba is de eerste internationale uitbreiding en een volgende stap in de expansie van t-groep, dat zijn positie zo in de Benelux wil versterken.
t-groep kende in 2007 een zakencijfer van 180 miljoen euro. Met de overname van Luba komt daar nog eens de helft bij.
Dochtermaatschappijen van Luba zijn Luba Personele Diensten, E&A Logistiek, Luba Payroll Services, Detaccount, KMS Bestuurssupport en Luba Consulting.
Belgen minder dan ooit mobiel op arbeidsmarkt
Belgen zijn niet geneigd om van job te veranderen. Door de onzekere economische vooruitzichten is de mobiliteit op de arbeidsmarkt historisch laag. Bijna vier op tien Belgen staan open voor andere werkaanbiedingen, haalt Tempo-Team uit zijn mobiliteitsonderzoek. De helft van de bevraagde werknemers is geďnteresseerd in een andere job binnen zijn bedrijf. Een derde heeft aandacht voor diverse vacatures, 31 procent wil eventueel naar het buitenland en 14 procent is gericht op zoek naar een job.
De reistijd tussen thuis en werk is een belangrijke factor bij jobmobiliteit. Vier op vijf Belgen willen maximum drie kwartier onderweg zijn. Voor zes op tien mag het niet langer duren dan een half uur. Nu is 72 procent van de Belgen tevreden over de huidige reistijd. De tevredenheid neemt toe met de leeftijd: 81 procent van de babyboomers (geboren voor 1960) tegenover 68 procent van de generatie Y (geboren tussen 1980 en 1990) is tevreden. Hiermee in verband staat de mogelijkheid tot thuiswerken en flexibele werkuren. Amper een op vijf mag van thuis uit werken en minder dan een op twee heeft flexibele werkuren.
Leerkrachten pessimistisch over de aantrekkingskracht van hun beroep
Leraren verwachten een grondige hertekening van het onderwijslandschap tegen 2020 maar zijn daar niet altijd even blij mee. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van uitgeverij Van In bij 2120 Nederlandstalige en 1140 Franstalige leerkrachten in september, zowel in het lager als het secundair onderwijs.
Drie op vier ondervraagden zien de leerkracht evolueren van lesgever naar mentor van zijn leerlingen. Tegelijkertijd zijn ze erg pessimistisch over de aantrekkingskracht van het beroep. Bijna 60 procent van de Nederlandstalige leerkrachten en 81 procent van de Franstalige verwachten een grote schaarste aan leerkrachten in de toekomst. Bijna een op twee verwacht dat de leerkrachtenopleiding in de toekomst aan de universiteit georganiseerd zal worden en vindt dat ook wenselijk.
Verder zal ICT verder opmars maken in het leslokaal. Daarnaast verwacht 57 procent van de leerkrachten dat meertaligheid in het onderwijs, waarbij verschillende vakken in meer talen gegeven worden, de norm zal zijn. Volgens 60 procent van de leerkrachten zal het onderwijs zijn aanbod in de toekomst meer afstemmen op de behoeften van de arbeidsmarkt.
Tot slot vrezen de respondenten de opmars van een publieke score voor scholen op basis van doorlichtingen. 64 procent van de Nederlandstaligen en 35 procent van de Franstaligen zien dit aan belang winnen maar 66 procent van de Nederlandstaligen en 87 procent van de Franstaligen zijn hiermee allesbehalve gelukkig.
Belg verandert vooral om loon
Alle mooie trends ten spijt, blijft de belangrijkste motivatie om van job te veranderen het loon, zegt onderzoek van Monster en de Universiteit Antwerpen. 43 procent van de respondenten vindt betere financiële voorwaarden de voornaamste reden om te veranderen, ongeacht het type werknemer: trouwe werknemers (zoeken niet actief naar werk), twijfelaars (bekijken vacatures maar solliciteren niet of nauwelijks) en switchers (zijn actief op zoek).
Bedrijven die hun medewerkers een tegenvoorstel bieden, kunnen best inzetten op loon: 49 procent van de werknemers zou toch bij zijn huidige werkgever blijven voor meer loon.
Andere motivatoren om van werk te veranderen zijn flexibele werkuren (11 procent voor trouwe werknemers, 13 procent voor twijfelaars) en een kortere afstand woon-werk (respectievelijk 9 procent en 12 procent). Blijven doet men naast het loon voor een lagere werkdruk en doorgroeimogelijkheden. Ook voor switchers komt loon op de eerste plaats. Andere redenen zijn werkzekerheid (11 procent), flexibele werkuren (10,5 procent), kortere afstand woon-werk (11 procent), doorgroeimogelijkheden, aantrekkelijk werk, meer vrijheid op het werk en een goede werksfeer (alle ruim 6 procent). Opvallend is dat switchers toch zouden besluiten om te blijven omwille van doorgroeimogelijkheden.
GO! pleit voor meer buitenschoolse opvang
Flexibiliteit op de arbeidsmarkt vergt flexibiliteit van scholen. En daarom wil het GO! meer kwaliteitsvolle buitenschoolse opvang. Uit eigen onderzoek blijkt dat dagelijks gemiddeld 15.000 kinderen van de buitenschoolse opvang gebruik maken. Het aantal opvangplaatsen in IBO’s (Initiatieven voor Buitenschoolse Opvang) bedroeg in 2006 24.430 plaatsen, wat duidelijk ontoereikend is. Volgens de studie van het GO! is er een tekort van 85.500 plaatsen of 350 procent. Daarom organiseren scholen vaak opvang, maar krijgen hiervoor geen middelen. Het GO! berekende dat het 46 miljoen euro zou kosten om alle kinderen van het Gemeenschapsonderwijs die nood hebben aan buitenschoolse opvang onder te brengen in IBO’s. Zou de professionele opvang gebeuren binnen de schoolmuren dan komt de kostprijs op een 28 miljoen euro. De kosten zijn er immers beperkt tot de personeelskosten voor de opvang, de directeur kan de rol van leidinggevende opnemen en de infrastructuur is aanwezig.
Volgens het GO! is er ook nood aan opvang voor kinderen uit de eerste graad secundair onderwijs. Zij kunnen nu niet terecht in de IBO’s.
Het GO! vreest dat het opvangprobleem de keuzevrijheid voor een school bij de ouders beďnvloedt en oneerlijke concurrentie tussen scholen opdrijft.
Aanvullende pensioenplannen steeds meer met “vaste bijdrage”-benadering
2008 zet de trends rond extralegale voordelen verder, blijkt uit het jaarlijks onderzoek van Mercer. Zo geven de werkgevers steeds meer de voorkeur aan een aanvullend pensioenplan met een “vaste bijdrage”-benadering boven de “te bereiken doel”-benadering. Bij de vaste bijdrage-plannen koppelen ondernemingen hoe langer hoe minder het niveau van de bijdrage aan de leeftijd of de dienstjaren. Meestal gaat het om een percentage van het loon. Conform de wetgeving is de referentieleeftijd voor de beëindiging van het pensioenplan 65 jaar. Amper een kwart van de plannen voorzien een andere leeftijd (vaak 60 of 62 jaar).
Wat de uitkering bij overlijden betreft, bedraagt het kapitaal een veelvoud van het salaris. De laatste jaren is er de tendens om hetzelfde kapitaal toe te kennen, ongeacht de burgerlijke staat van de werknemer. Een stijgend aantal ondernemingen verleent een vervangingsinkomen als aanvulling van de wettelijke uitkering bij arbeidsongeschiktheid en quasi alle gepeilde ondernemingen voorzien een verzekering die de terugbetaling van medische kosten dekt. Het gaat minder vaak om een onbeperkte dekking, maar er is wel een uitbreiding van de dekking voor ambulante medische kosten en kosten voor tandzorg en optiek.
Vandemoortele Vlaamse HR-Ambassadeur 2008
In een tot de nok gevulde banketzaal van het ICC in Gent, werd vorige donderdag de award “Vlaamse HR-Ambassadeur 2008” uitgereikt. De jury, die onder leiding stond van de directeur-generaal van het VBO Pieter Timmermans, en waar ook HRMagazine deel van uitmaakte, koos uit zes genomineerde bedrijven Vandemoortele als winnaar. HR-directeur Jan Van Hootegem nam de prijs met plezier in ontvangst en benadrukte daarbij de verdiensten van zijn HR-team. Voorts omschreef hij Vandemoortele als een authentiek en waardegedreven bedrijf, dat ondanks zijn omvang toch nog een beleid voerde op maat van de mensen, en veel belang hecht aan een cultuur van openheid, respect en vrijheid bij het opnemen van verantwoordelijkheden.
Vandemoortele volgt Colruyt en Volvo Cars Gent op, respectievelijk de laureaten van 2007 en 2006.
Element eigen aan de zaak bij de begroting van de verbrekingsvergoeding: de onregelmatige dringende reden
Een werkgever had ‘toevallig’ ontdekt dat een verpleegster vanop haar bedrijfscomputer gevoelige en vertrouwelijke bedrijfsinformatie doorstuurde naar de voormalige directie van de werkgever. De werkgever nodigde de werkneemster uit voor een gesprek hierover.
De werkneemster gaf tijdens het gesprek haar akkoord tot het openen van haar online mailbox Yahoo en tot het lezen van de inkomende en uitgaande e-mails aan de voormalige directrice. Een deurwaarder was aanwezig bij het gesprek en bevestigde het verloop ervan nadien in zijn proces verbaal van vaststelling. Op basis van de vaststellingen werd de werkneemster onmiddellijk om dringende reden ontslagen.
De werkneemster bracht hiertegen in dat de oorspronkelijke vaststellingen door de werkgever van de ernstige tekortkomingen op illegale wijze hadden plaats gevonden, met name in strijd met CAO nr. 81 van 26 april 2002 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de werknemers ten opzichte van de controle op de elektronische online communicatiegegevens.
De arbeidsrechtbank stelde vast dat van de ernstige tekortkomingen oorspronkelijk (voor het gesprek in aanwezigheid van de gerechtsdeurwaarder) was kennis genomen door de werkgever in strijd met de bepalingen van CAO nr. 81. De werkgever ontkende ook niet dat hij de procedures zoals voorgeschreven door CAO nr. 81 niet had nageleefd.
De arbeidsrechtbank achtte het ontslag om dringende reden op formele gronden onregelmatig. De rechtbank aanzag het feit dat het ontslag om dringende reden enkel werd afgewezen op deze formele gronden, en niet op inhoudelijke gronden, echter als een element eigen aan de zaak die een lagere opzeggingstermijn verantwoordde. Tevens beoordeelde de rechtbank de kans voor de verpleegster om een gelijkwaardige betrekking te vinden als zeer reëel.
De gevorderde verbrekingsvergoeding bedroeg 10 maanden, berekend op basis van de formule Claeys. De arbeidsrechtbank oordeelde dat in de vermelde omstandigheden, de wettelijke minimum opzeggingstermijn van 6 maanden volstond.
Commentaar: We merken in de recente rechtspraak dat de sanctie van het niet naleven van CAO nr. 81 wordt afgezwakt. Volgens deze rechtspraak heeft de schending van CAO nr. 81 niet altijd de nietigheid van het verkregen bewijsmateriaal tot gevolg. We verwijzen hierbij naar recente rechtspraak waarbij het vermijden van een schending van een hoger belang (openbare orde) de schending van CAO nr. 81 in bepaalde omstandigheden verantwoordt. In de hier besproken rechtspraak wordt op een andere manier de impact van CAO nr. 81 getemperd. Dit is opmerkelijk, nu over het algemeen aan de ‘elementen eigen aan de zaak’ weinig belang wordt gehecht bij de begroting van de opzeggingstermijn.
Arbeidsrechtbank te Luik, 19 maart 2008, rol nr. 360.454